​De wereld van Joan Hoekeback

Historische datum 1658-1718 | Notaris Joan Hoekeba(c)k

De overgrote meerderheid van de Amsterdamse notarissen uit de 17e en 18e eeuw zijn maar schimmige figuren. Vaak hebben we niet veel meer dan wat basisgegevens en een grote stapel onpersoonlijke ondertekeningen van een akte. Dat geldt niet voor notaris Joan Hoekeback. Bijdehand, recht voor zijn raap, en zeer doortastend: zijn karakter spat van de archiefpagina's af.

Joan werd op 10 oktober 1658 gereformeerd gedoopt in Nijmegen.[i] Hij was de oudste zoon van Herman Hoekeback en Jenneken Terne, en zou in de jaren die daarop volgden nog een handvol broertjes en zusjes krijgen. Hij moet een drukke jeugd en adolescentie hebben gehad, want volgens zijn eigen verklaring had hij "een geruijmen tijt in Vrankrijk, Engeland en Duijtsland"[ii] gewoond, én heeft moeten studeren alvorens hij in 1690 fulltime notaris in Amsterdam werd. 1690 was naast het begin van zijn carrière ook de start van zijn familieleven: hij trouwt met Christina, de 21-jarige dochter van collega-notaris Hendrick Ram.[iii] Als de informatie uit de doopregistratie klopt, doet hij zich bij zijn huwelijk (bewust of onbewust) jonger voor dan dat hij was, en zegt 30 jaar oud te zijn terwijl hij de 31 al aangetikt moet hebben.

Als notaris had Joan een brede klantenkring, op wiens verzoek hij een nog breder scala aan onderwerpen optekende. Aangezien hij ook translateur was, kon hij eigenhandig akten produceren in allerlei verschillende talen. In zijn akten vinden we de grote kooplieden, bankiers en firma's met hun wisselprotesten, machtigingen, en chertepartijen, maar ook net zo vaak mensen uit de onderlaag van de samenleving die geen cent te makken hebben. Er komen hugenoten, gedetineerden, diplomaten, Joden, dienstmaagden, en nog veel meer langs.

Zijn akten zijn tevens bijzonder omdat we niet alleen de klant, maar ook de notaris en zijn praktijk goed leren kennen. Joan noteerde meer van zijn eigen handelingen en uitspraken tegen klanten dan andere notarissen, en schroomde niet om zijn gevoelens kenbaar te maken. Zo voegde hij bij sommige attestaties soms een verklaring van zichzelf toe, als hij iets had gehoord of vernomen: hij verklaart bijvoorbeeld enorm veel kooplieden te kennen en te spreken, maar heeft zelf nooit iets gehoord over het faillissement van koopman Jacques Cabrol.[iv] Regelmatig zei hij "iets gehoort" te hebben over het een of het ander. Joan moest behoorlijk goed geïnformeerd zijn geweest over de laatste nieuwtjes in de stad, en was niet bang om de roddels eens goed door te nemen als de situatie daarom vroeg.

Joan's doortastendheid zal zeker hebben geholpen met het op de hoogte blijven van andermans zaken. Als notaris ging hij vaak tot het uiterste. Geen feestdag was heilig, en regelmatig werkte hij met Kerst. Hij bleef zeker niet in zijn comptoir bij de Beurs, maar rende onvermoeid de hele stad door om op de meest obscure plekken aktes op te tekenen, bijvoorbeeld om de kerker in het Stadhuis ( waar diezelfde Cabrol gevangen zat) te beschrijven, of om verslag te doen van zijn actieve deelname aan het onderscheppen van een geschaakte juffrouw. Zijn insinuaties nam hij bloedserieus. Zo deed hij in mei 1698 een poging op zaterdagavond na 9 uur bij koopman Louis de Tudert, tot diens grote irritatie: ergens maandagochtend zou hij wel weer eens aan zaken gaan denken, niet in het weekend.[vi] Op 4 juni 1695 vond een bijzonder mislukte insinuatie plaats bij een vrouw genaamd Elsje Reekers: Joan kon nog net vertellen dat hij een notaris was, voordat Elsje al aan één stuk door "ik sie en hoor" begon te roepen. Joan moest hier niets van hebben, en verzocht naar eigen zeggen: "Vroutje, laet mij eerst eens uijtspreeken?". Het mocht niet baten: Elsje herhaalde dat ze zag en hoorde, dat ze wat anders te doen had, en rende naar binnen. Immer plichtsgetrouw noteert Joan dat hij toen maar de volledige inhoud van de insinuatie naar haar toe had geschreeuwd.[vii]

De praktijk van notaris Hoekeback moet even levendig zijn geweest als de notaris zelf. Dit is te zien aan de protocollen zelf. Het is een prettige chaos: ze zijn overduidelijk door niet al te nette mensenhanden gegaan. Overal vinden we inktvlekken, uitschieters, en vingerafdrukken. Alom maken zijn klerken kladjes met kernwoorden uit op te maken akten, oefenen met wat zinnetjes in vreemde talen, experimenteren met kalligrafie, of produceren een van hun inmiddels beroemde tekeningetjes – één daarvan is mogelijk een niet al te flatteus portretje van Joan zelf. Joan's praktijk was een leerschool voor andere notarissen, zoals Martin Lindouw, Joan Brouw, en Adrian Baars, die hem als klerk bedienden alvorens ze voor zichzelf begonnen. Zijn oudste klerk was Claude le Denizet, en hun band was dusdanig hecht dat Joan hem in zijn testament zijn "swarte lakense mantel" naliet.[viii] Zijn jongste klerkje was zijn zoontje Christiaen. Al minstens vanaf 1702, op 9-jarige leeftijd, mocht Christiaen mee naar zijn vader's kantoor: in maart treffen we in een van de protocollen een klein, primitief maar eigenhandig stukje boekhouding door Christiaen aan. Hij noteert zijn kostgeld, en de kosten van zijn "pen ink schrijfboeke".[ix]

Christiaen was Joan's oudste kind. Met zijn eerste vrouw Christina en zijn tweede vrouw Elizabeth Jamin zou hij in totaal zeven zonen en één dochter krijgen, hoewel slechts drie de volwassen leeftijd bereikten: Christiaen, Eugenius, en Elisabeth Bonine. In 1708 heeft Joan mogelijk een scheve schaats gereden, en wordt in de katholieke kerk De Star baby Joannes gedoopt, met als vader Joannes Hoeckebac en als moeder Maria de Bruijn, die zeker niet de vrouw van de notaris was.[x] Gezien het een bekende 'truc' was om buitenechtelijke kinderen in een andere denominatie te dopen, valt er een hoop te vermoeden en te speculeren.

De geboorte van een vermoedelijk buitenechtelijk kindje was niet het enige familieschandaal waar Joan bij betrokken was. Christiaen was als jongvolwassene een stuk minder onschuldig dan als kind. In 1718 verschijnen Joan en Christiaen samen bij notaris Baars om een akkoord te sluiten.[xi] Christiaen had onlangs "seer ontijdig en moedwilligh" het huis verlaten en had op een "ligtvaardige manier" allerlei schulden gemaakt. Joan was bereid deze af te betalen, maar onder snoeiharde voorwaarden: Christiaen moest zich voortaan onberispelijk gedragen, en kreeg een tweejarig contactverbod met zijn vader en stiefmoeder. Schending hiervan zou gevolgen hebben voor zijn erfenis.

Joan stierf nauwelijks twee maanden later, en liet een handgeschreven testament achter wat uiteindelijk door notaris George Wetstein ontzegeld werd. Er zou over dit testament en de erfenis nog een jarenlange strijd ontstaan tussen (de voogden van) de kinderen en zijn weduwe Elizabeth. We kunnen in Joan's boedelinventaris nauwgezet zien wat er op het spel stond: allerlei obligaties, lijfrenten, goud en zilver en een mooie set meubels.[xii] Maar de hoofdprijs was Joan's vastgoedportefeuille: naast notaris was hij ook pandjesbaas, en beheerde zeven of acht panden. Ook hier zien we de onderlinge connecties tussen notarissen terug: George Wetstein was kennelijk een van zijn huurders (en betaalde keurig 225 gulden aan huur), en Adrian Baars koopt een van zijn panden op.[xiii]

Tussen al zijn werkzaamheden als notaris, huisjesmelker, en familieman door had Joan kennelijk óók nog tijd om een groot, illegaal handelsnetwerk in Franse passen te coördineren, en een grote troupe correspondenten in Parijs hierover aan te sturen – althans, zo luidt de beschuldiging van de Franse consul Joseph de Sossiondo.[xiv] Dit is een teken dat het topje van de ijsberg pas net boven is, en de wereld van notaris Hoekeback nog veel verder reikt dan gedacht. Nu de invoer van de akten van deze bijzondere man nagenoeg compleet is, zal deze wereld alleen maar groeien.

Noten

[i] Doopregistratie Joannes Hoekeback, 10-10-1658. Regionaal archief Nijmegen, 510 (retroacta van de Burgerlijke Stand Nijmegen (RBS), inv. no. 116 f. 24

[ii] Joan verklaart in het buitenland gewoond te hebben (bij verzoek aanstelling translateur), november 1688. SAA 5023, inv. no 7, f. 213/scan 214

[iii] Ondertrouw Joan en Christina, 11-3-1690. SAA 5001, inv. no 518, f. 185/scan 188

[iv] Joan heeft (geen) intel over Cabrol. SAA 5075, inv. no 5876, scan 211

[vi] Joan doet insinuatie aan Tudert na 9u, 31-5-1696, SAA 5075, inv. no 5865, scan 509

[vii] Joan doet insinuatie aan Reekers. 4-6-1695, SAA 5075, inv. no. 5854, scan 186

[viii] (Opening van het) testament van Joan, 18-5-1718, SAA 5075, inv. no. 8293, scan 390

[ix] Krabbels van Christiaen, maart 1702, SAA 5075, inv. no. 5883, scan 755

[x] Doopregistratie Joannes bij De Star, 1-8-1707, SAA 5001, inv. no. 338, scan 95

[xi] Akkoord tussen Joan en Christiaen, 29-4-1718, SAA 5075, inv. no. 8564, scan 162

[xii] Boedelinventaris, 15-6-1718, SAA 5075, inv. no 8293, scan 404

[xiii] Adrian Baars koopt pand, 18-12-1721, SAA 5062, inv. no. 95, f. 323/scan 330

[xiv] E. Schnakenbourg, 'L'indisepensable ennemi: le gouvernement français et le commerce hollandais pendant la guerre de Succession d'Espagne, 1702-1713. Approche politique et diplomatique', Revue du Nord 397 (2009/1), 85-101: 94.

Tags

17e eeuw18e eeuwbiografienotarispraktijkInsinuatiebuitenechtelijke relaties
Deel artikel

     
Geplaatst op

15 september 2021
Auteur

Tessa de Boer
Tags

17e eeuw18e eeuwbiografienotarispraktijkInsinuatiebuitenechtelijke relaties
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen