Een Rembrandt in het voorhuis

Historische datum 19 december 1732 | Notaris Isaak Angelkot

Op 19 december 1732 vertrokken notaris Isaak Angelkot en twee van zijn klerken 's middags naar het huis van de 82-jarige Teuntje Hartsen. Zij voelde zich een beetje onpasselijk en wilde graag haar testament opmaken. In het tien bladzijden tellende testament stelt zij haar dochter Cornelia en de kinderen van haar overleden dochter Maria aan als erfgenamen. Naast grote hoeveelheden geld die verdeeld worden, is er één object dat in het oog springt. Dat is het portret van haar grootouders, dat in het voorhuis van haar huis op de Nieuwendijk hangt. En wat blijkt: dit is niet zomaar een portret, maar het door Rembrandt van Rijn gemaakte schilderij van Cornelis Claesz Anslo (1592-1646) en zijn vrouw Aaltje Gerrits Schouten. Hiermee wordt de aanname van juffrouw Van Eeghen uit 1969 bevestigd.

' Eerstelijk prelegateert zij testatrice aan haar dogter Cornelia van Laar een schilderij of portret verbeeldende Cornelis Claasse Anseloo en sijn huijsvrouw Aeltje Gerrits Schouten des testatrices grootvader en grootmoeder present in het voorhuijs geplaatst', zo werd opgetekend in het testament.

De familie Anslo was een bijzondere familie in het zeventiende en achttiende-eeuwse Amsterdam. Ze stammen af van de lakenhandelaar Claes Claesz Anslo. Daarvan werd gezegd dat hij afkomstig was uit Oslo in Noorwegen (omdat het in die tijd ook wel Anslo werd genoemd). Door onderzoek van juffrouw Van Eeghen weten we echter dat de familie waarschijnlijk gewoon uit Amsterdam kwam en de achternaam Anslo later toegevoegd werd. De lakenhandel bleef ook na Claes Claesz Anslo in de familie, al zijn zoons werden namelijk lakenhandelaar. Cornelis wilde alleen meer en werd leraar en predikant in de Amsterdamse doopsgezinde gemeente. Volgens de verhalen hield hij er als predikant vrij strenge denkbeelden op na.

Op het portret van Rembrandt wordt Cornelis Claesz Anslo afgebeeld in zijn hoedanigheid als predikant. Zijn achttiende-eeuwse achter-achterkleinzoon Cornelis van der Vliet beschrijft wat hij ziet op het schilderij:

'gelijk hij ook dus wonderbaarlijk fraai verbeeld word in voorgemelde schilderij, sprekende tegen zijn vrouw over den bijbel, welke op tafel bij zig open legt, en waarna zijn vrouw, op eene onnavolgelijke wijze konstig verbeeld word aandagtig en ingespannen te horen.'

Het schilderij dateert uit 1641 en is waarschijnlijk gemaakt om in hun nieuwe huis op de Oudezijds Achterburgwal op te hangen. Rembrandt van Rijn, de schilder van het portret en de maker van enkele etsen en tekeningen van Cornelis Claesz Anslo, kende het echtpaar persoonlijk en ook dichter Joost van den Vondel mochten zij tot hun kennissenkring rekenen. Van den Vondel schreef een epigram waarin het karakter van Cornelis Claesz Anslo als predikant nogmaals wordt onderstreept.

Op Cornelis Anslo.

Ay, Rembrant, maal Cornelis stem.

Het zichtbre deel is 't minst van hem:

't Onzichtbre kent men slechts door d'ooren.

Wie Anslo zien wil, moet hem hooren.

De herinnering aan de familie Anslo wordt behalve door het portret ook levend gehouden door voormalige Anslohofje op de Egelantiersstraat. Dit hofje werd gesticht door de eerste Anslo die de naam voerde, namelijk de eerdergenoemde Claes Claesz Anslo, en was bedoeld om daar uit liefdadigheid ouderen gratis woonruimte aan te bieden. Na het overlijden van Claes kwam het beheer in handen van zijn zoons en nadien in handen van andere nakomelingen. Een kopie van het schilderij van Cornelis Claesz Anslo en zijn vrouw Aaltje Gerrits Schouten, geschilderd door Jan Maurits Quinkhard in 1759, werd in het hofje opgehangen. Helaas raakte het hofje in de loop van de jaren in verval. Daarop werd in de jaren 60 van de vorige eeuw besloten om het weer in gebruik te nemen waaruit het (nog steeds bestaande) Claes Claesz hofje is voortgekomen.

Ook Teuntje had een rol in het Anslohofje want zij werd beheerder van het hofje. Daarnaast was ze op andere fronten actief binnen de doopsgezinde gemeente. Zo was ze regentes van het doopsgezinde weeshuis op de Singel en liet ze per testament geld na aan de Vlaamse en Waterlandse doopgezinde gemeenten. Ze overleefde al haar broers en zussen en stierf in september 1734 op de respectabele leeftijd van 84 jaar. Dat zij een vermogende vrouw was, komt ook naar voren in de boedelscheiding die opgemaakt wordt na haar overlijden. Met onroerende bezittingen zoals huizen en aandelen in schepen heeft zij in totaal 100.000 gulden als nalatenschap aan haar dochter Cornelia en kinderen van haar overleden dochter Maria

Dankzij het werk van juffrouw van Eeghen, wisten we dat het schilderij uiteindelijk in het bezit kwam van Cornelis van der Vliet. Hij was halverwege de achttiende eeuw beheerder van het Anslohofje en heeft opgetekend dat hij het schilderij bezat. juffrouw Van Eeghen heeft daarover geschreven in Amstelodamum en sindsdien wordt aangenomen dat Cornelis het schilderij via zijn moeder Cornelia van Laar, grootmoeder Teuntje Hartsen en overgrootmoeder Maria Anslo had geërfd. Met de vondst van Teuntjes testament, waarin zij het portret van haar grootouders aan haar dochter Cornelia – en in geval van haar vooroverlijden aan haar oudste kleinzoon Cornelis – legateert, is deze veronderstelling dus bevestigd.

Gebruikte literatuur:

Van Eeghen, 'De restauratie van het voormalige Anslohofje', Maandblad Amstelodamum 56 (1969) p. 199-205.

J. Bruyn, et al., A Corpus of Rembrandt Paintings, III, Dordrecht / Boston / London 1989, cat. nr. A 143, p. 403-415.

E. van de Wetering, A Corpus of Rembrandt Paintings, VI, 2014, cat. nr. A 183, p. 574.

E. Schuss, 'Dove verf? De relatie tussen Rembrandt en Vondel in historisch perspectief', De Zeventiende Eeuw 22 (2006) 225-246.

Tags

18e eeuwAmsterdamRembrandtTestament
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen