De wereld van de WIC in transportakten

Historische datum 1639-1660 | Notaris Hendrik Schaef

In het kantoor van Hendrik Schaef was het een komen en gaan van WIC-personeel. Dankzij de transportakten weten we straks wie ze waren, waar ze vandaan kwamen, én welke dubieuze rol de Amsterdamse herbergiers speelden als begunstigden van de torenhoge schulden.In 2021 is het 400 jaar geleden daar de West-Indische Compagnie werd opgericht. Op Alle Amsterdamse Akten zullen we het hele jaar verhalen publiceren over de WIC. Dit is deel 2.

De transportakte is een veel voorkomend type akte in de protocollen van Amsterdamse notarissen. Vaak gaat een transportakte om een eigendomsoverdracht, nadat de koop reeds is gesloten: zo wisselden huizen, obligaties, schepen, juwelen, scheepsparten en nog vele andere zaken via een transportakte van eigenaar. In het geval van de door Hendrik Schaef (notaris van 1636-1666) opgestelde transportakten gaat het bijna altijd om een geldbedrag dat een zeeman of soldaat open heeft staan. De transportakten geven de schuldeiser (of: de toonder) het vorderingsrecht om enkele maandgages van een bemanningslid of soldaat te innen in de Republiek.

De transportakten opgesteld door Hendrik Schaef, als notaris gevestigd bij het West Indisch Huis in Amsterdam, geven inzicht in twee nog weinig onderzochte historische onderwerpen. Ten eerste geven de transportakten ons een inkijk in het personeelsbestand van de West-Indische Compagnie. Over de vele duizenden zeemannen in dienst van de WIC weten we helaas relatief weinig, omdat het WIC-archief verloren is gegaan door verkoop van het oude papier en door een grote brand in de negentiende eeuw. De transportakten verschaffen precies die informatie die we niet uit het fragmentarisch bewaarde WIC-archief kunnen halen. Met het indexeren van deze en andere notariële akten komt zo ontzettend veel nieuwe informatie boven tafel.

Bovendien leggen de transportakten het topje van de ijsberg bloot van de wereld van de herbergiers en de maritieme arbeidsmarkt van de zeventiende eeuw in Amsterdam. De transportakten werden opgesteld wanneer een toekomstig zeeman nog een schuld had uitstaan. Op zoek naar werk, of wachtend op vertrek, werden vaak hoge kosten gemaakt voor onderdak in Amsterdam en de aanschaf van een uitrusting voor de zeereis. Velen van het kwamen terecht bij herbergen, of kleine slaapsteden, waar zij tot het vertrek op de pof leefden.

In de transportakten vinden we de namen en beroepen van de schuldenaar en schuldeiser, en de plaats van herkomst van de schuldenaar. Uiteraard werden ook de schuldsom en vaak de naam van het schip waarop zij zouden vermeld. Door deze informatie toe te voegen aan de al bekende gegevens (die in het project Alle Amsterdamse Akten via de website velehanden.nl zijn ingevoerd) wordt het mogelijk om in kaart te brengen hoe het systeem van transportakten en het huisvesten van toekomstig zeemannen in zijn werk ging. En wat deze transportakten betekenden voor de herbergiers en andere betrokkenen bij de maritieme arbeidsmarkt in Amsterdam.

Met het verrijken en analyseren van de data uit de akten is een start gemaakt. Voor het jaar 1639 zijn alle transportakten van Hendrik Schaef in een dataset verzameld. In dit jaar alleen al ging het om 1161 transportakten. Dit leverde al enkele interessante inzichten op, maar er kunnen voor een beter beeld nog duizenden akten worden toegevoegd.

Zo bleek dat bij 741 van de 1161 transportakten een gasterijhouder in Amsterdam de ontvangende partij was. Dit waren 95 verschillende personen. Van 9 gasterijhouders werd de locatie in de stad vermeld.

Herbergier | Locatie (in bron)

  • Abraham Simensz | Regulierspoort op het Engelse padt
  • Jan Jansz | Paerdestraat
  • Gerrit Reijndertsz | Dirck van assensteeg
  • Robbert Riddoch | Schaepen steegje
  • Jan Janssen | Schaepensteegh
  • Jan Pietersz Santdrager | Bacherstraet
  • Jan Maert | Stromarkt
  • Carsten Jansz | gevestigd in het washuis
  • Jan Doncken | Schaepensteegh

Daarnaast kwamen de namen van 1071 verschillende WIC-zeemannen boven water en er werden 41 unieke scheepsnamen van WIC-schepen aangetroffen. Ook de genoemde bedragen zijn erg interessant. Zo blijkt dat in alle akten uit 1639 de schuldbedragen worden afgerond op hele guldens en dat dezelfde schuldsommen herhaaldelijk voorkomen. Zo was 64 gulden het bedrag dat het meest in de akten voorkwam. In 1639 blijkt de helft van de zeemannen met een schuld uit het buitenland te komen, de andere helft komt uit de Republiek. Zeemannen kwamen vanuit heel Europa naar Amsterdam om in dienst te gaan bij de WIC.

Door de al geïndexeerde informatie uit de akten (namen, type akte, datum, scheepsnamen) te verrijken met gegevens als schuldsom, beroepen en herkomst en vervolgens de data te analyseren, kunnen concrete historische vragen worden beantwoord. Dit is pas een kleine greep uit de gevonden informatie uit de transportakten maar laat goed zien hoeveel nog in het notariële archief en in het bijzonder in de transportakten ontdekt kan worden.

Door Sjoerd Willems, Master student Publieksgeschiedenis Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op zijn stage-onderzoek bij het Stadsarchief.

Tags

17e eeuwTransportaktenWest-Indische Compagie (WIC)ZeeliedenHerbergen
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen