Pestdoden in Amsterdamse akten


In de eerste driekwart van de zeventiende eeuw werd Amsterdam bij herhaling getroffen door pestepidemieën. Begraafregistraties tijdens met name pestjaren blijken erg incompleet te zijn. Het Amsterdamse notariële archief vormt een interessante bron om onbekende Amsterdamse pestdoden te achterhalen.

In de zeventiende eeuw werd Amsterdam geteisterd door een zestal golven van de pest, welke soms meerdere jaren konden aanhouden. Zodoende kende Amsterdam in de eerste driekwart van de zeventiende eeuw maar liefst veertien pestjaren, waarbij naar schatting jaarlijks tussen de 5000 en 23.000 Amsterdammers overleden. Terwijl Amsterdam cultureel en economisch bloeide, lag dus steevast een levensbedreigende epidemie op de loer.

De impact van de pest op de samenleving moet dus enorm zijn geweest, maar op persoonsniveau is deze vaak onduidelijk. De belangrijkste reden hiervoor is dat de belangrijkste bron om pestdoden te achterhalen, de begraafregisters van de Amsterdamse kerken en begraafplaatsen zijn. Deze blijken –zeker voor wat betreft de pestjaren waarin in hoog tempo begraven moest worden- zeer gebrekkig. Een eerste vergelijking leert dat in het beste geval voor deze piekjaren de helft tot een derde van de pestgevallen terug te vinden is in de begraafregisters die zijn opgenomen in de index op de begraafregisters van het Stadsarchief.

'de helft tot twee derde van de pestgevallen is niet terug te vinden in de begraafregisters die zijn opgenomen in de index'

Er zijn verschillende redenen waarom het merendeel van de pestdoden niet terug te vinden is in de huidige index. Allereerst zijn niet alle begraafregisters overgeleverd. De oudste begraafboeken van prominente Amsterdamse begraafplaatsen als de Oudezijds Kapel (administratie begint pas in 1617), Heiligewegs- of Leidsche kerkhof (administratie vanaf 1650), Noorderkerk (administratie vanaf 1661) en Oude Kerk (administratie van de jaren 1602-1605 ontbreekt) zijn bijvoorbeeld niet bewaard gebleven. Van speciaal daartoe in 1655 opgerichte pestkerkhoven als het Raamkerkhof en Noorder- of Palmkerkhof is bovendien in het geheel geen administratie overgeleverd voor deze pestjaren. [2]

Notariële akten verschaffen meer informatie over pestslachtoffers. Uiteraard zijn er testamenten van pestlijders, maar hierbij is het lastiger vast te stellen of de testateur ook uiteindelijk aan de ziekte is bezweken. Wat dat betreft zijn attestaties waarin buren, vrienden of bekenden van het slachtoffer getuigen over het ziekteverloop en het overlijden een stuk betrouwbaarder. Via een zoekterm als 'pest*' kunnen in de index op de notariële archieven voor de periode 1602-1642 alleen al 35 akten worden teruggevonden waarin melding wordt gemaakt van in totaal 50 pestdoden. Slechts in acht gevallen kon met zekerheid een bijpassende inschrijving in de index op de begraafregisters worden gevonden. Van 22 akten waarin melding wordt gemaakt van 36 pestdoden kan met zekerheid worden vastgesteld dat deze overledenen niet voorkomen in de index op de begraafregisters. Het merendeel van de pestdoden in het notarieel archief zijn daarmee dus unieke registraties die niet elders gevonden kunnen worden. Het zijn daarmee genealogische puzzelstukjes die samen meer vertellen over de gevolgen van deze epidemie die Amsterdam gedurende een groot deel van de zeventiende eeuw in haar greep hield.

[1] L. Noordegraaf en G. Valk, De gave Gods. De pest in Holland vanaf de late middeleeuwen (Amsterdam, 1997), p. 38, 62, 98, 101, 118, 233-234; H. Brugmans, 'De pest te Amsterdam' in: Amstelodamum, jaargang 9 (Amsterdam, 1922) p. 1-3. Zie: https://amstelodamum-archief.nl/resources/1922_mb_09.pdf.

[2] https://archief.amsterdam/uitleg/indexen/72-begraafregisters-voor-1811; https://onsamsterdam.nl/de-dood-op-afstand

Tags

17e eeuwPest
Deel artikel

     
Geplaatst op

8 december 2020
Auteur

Jirsi Reinders
Tags

17e eeuwPest
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen