Waar is De Pink?

Historische datum 11 juni 1765 | Notaris Jelmer de Bruijn

Pieter Volkmar, reder en latere directeur-generaal van de Noord-en Zuidkust van Afrika voor de WIC, gaf het scheepsvolk van De Pink een huiveringwekkende opdracht: het kopen van tweehonderd tot slaaf gemaakte kinderen in Afrika, en die vervolgens in Suriname en andere havens in de West verkopen. De reis pakt echter anders uit dan gedacht. Er breken twee opstanden uit onder de slaafgemaakten, de kapitein is elke dag stomdronken, en vaart zelfs zonder een deel van de bemanning weg, waarna het schip spoorloos verdwenen is. Wat is er met De Pink en de gevangen Afrikanen aan boord gebeurd?

Dat het hier om maar liefst tweehonderd kinderen gaat is opmerkelijk. Tot op heden is het onduidelijk wat de rol van kinderen was op plantages. Waren zij waardevol voor plantagehouders en slavenhalers, of juist helemaal niet? Kinderen konden niet hetzelfde werk verrichten als volwassenen, hadden meer zorg nodig, en bovendien was er het risico dat zij nooit volwassen zouden worden door hoge kindersterfte. Aan de andere kant waren kinderen goedkoper, makkelijker tot werk te dwingen, en voor plantagehouders in zekere zin een investering – ze zouden steeds meer waard worden. Er waren altijd wel kinderen aan boord van slavenhalers, maar een slavenschip vol met alleen maar kinderen, of een dergelijke opdracht daartoe, is tot nu toe niet bekend. Het lijkt erop dat reder Pieter Volkmar echter meer dan genoeg redenen had om in zoveel tot slaaf gemaakte kinderen te handelen.

Het kon vaak maanden duren voordat een slavenschip de oversteek naar de West kon maken – de slavenhalers moesten verschillende handelsposten afgaan, net zolang totdat zij voldoende Afrikanen voor de juiste prijs hadden gekocht of geruild. Hetzelfde gold voor De Pink, die de handel begon in oktober ergens boven Cape Mount (huidige Liberia). Hier waren echter niet genoeg kinderen, en dus voer het schip door voorbij Cape Mount, waar de handel 18 maart 1764 werd voortgezet. Ook hier zag kapitein Jan van Holst 'geen kans zyn aantal van kinderen slaaven te kunnen krijgen.' Was de opdracht een grote uitzondering en daardoor moeilijk, of waren er simpelweg niet genoeg kinderen door de grote vraag? Kapitein Van Holst vond het in ieder geval te lang duren en besloot daarom na de maandenlange zoektocht ook maar volwassen Afrikanen in te kopen.


Wanneer de gevangenen met een kleine boot naar De Pink worden gebracht, breekt er onrust uit. Acht Afrikanen accepteren hun gevangenneming niet en komen in opstand. Onderstuurman Klaas Geerken wordt met een mes in zijn hoofd geraakt en buiten boord gesmeten, waarna er ook nog met snaphanen en pistolen op hem geschoten wordt. Twee matrozen, waaronder Jan Farouse, worden vastgebonden, waarbij Farouse wordt gedwongen om 'met zyn voeten de boot [terug] naa de wal te stuuren.' Geerken probeert zich nog in een kano te krijgen, maar doordat er weer op hem geschoten wordt, belandt hij uiteindelijk zwaargewond op een klip. De opstandelingen plunderen de scheepsboot waarmee zij vervoerd zouden worden naar De Pink, en hakken het vervolgens in stukken. Over hun verdere lot is niets bekend, maar ze hebben zichzelf in ieder geval bevrijd van gevangenisneming op De Pink.

Een dag later wordt Geerken gered door Engelsen en teruggebracht naar zijn schip, en ook Farouse en de andere matroos worden opgehaald. De Pink zeilt vervolgens verder naar Cape Mesurado (huidige Liberia) en Geerken en Farouse verklaren dat er toen al 104 'slaaven zoo mans al vrouwen en kinderen' aan boord waren. Als Geerken en Farouse op 12 april met een sloep aan wal gaan om brandhout te halen, horen ze schoten. Meteen gaan ze terug naar De Pink, waar ze een heuse slavenopstand aantreffen: naast de acht Afrikanen die wisten te ontsnappen, accepteren ook de andere Afrikanen hun trieste lot niet. Geerken en Farouse zien dat er drie Afrikanen in het water liggen en dat anderen buiten boord hangen aan touwen. Vervolgens "redden" zij hen en gaan ze aan boord, waar ze zien dat de opperstuurman is vermoord, de kapitein en de kok gewond zijn, en dat er van de 104 Afrikanen nog maar 74 in leven zijn. Dertien Afrikanen zijn gewond, maar omdat de scheepschirurgijn al overleden is, kunnen zij niet geholpen worden. Of zij het overleven, wordt niet vermeld. De opstand is neergeslagen.

Geerken en Farouse worden samen met wat andere matrozen weer aan wal gestuurd om alsnog brandhout te gaan halen. Aan land worden ze door het Afrikaanse opperhoofd gearresteerd: hij zegt beledigd te zijn door kapitein Van Holst. Geerken stuurt snel wat matrozen terug om presentjes te halen, misschien worden ze dan vrijgelaten. Maar wat zij vervolgens zien, maakt ze erg angstig: het schip maakt zich gereed om te vertrekken. Ze maken zich uiterste zorgen, want kapitein Van Holst kan dat schip helemaal niet naar de West brengen! Niet lang na het vertrek uit Texel was hij namelijk begonnen om fles na fles leeg te drinken, en al dagenlang was hij dronken, brutaal, 'en geheel buyten staat […] tot het voeren van commando op het schip.' Bovendien waren er niet veel scheepslieden meer over, en degenen die over waren, waren geheel onkundig. Maar als de matrozen de volgende dag weer aan wal komen, zien zij De Pink wegvaren. Sinds die dag hebben Geerken en Farouse niets meer van het schip, de bemanning, of de Afrikanen aan boord vernomen…

Als ze worden vrijgelaten door het opperhoofd gaan de twee op grootschalig onderzoek uit. Van kapiteins die net gearriveerd zijn, horen ze dat ze het schip niet zijn tegengekomen. Ze gaan aan boord van verschillende schepen, die hen naar verscheidene plekken brengen: Kaap Lahoe (Ivoorkust), Elmina (Ghana), Suriname, St. Eustatius en Curaçao. Ook spreken ze met kapiteins uit Berbice, Essequebo en Cayenne: nergens is De Pink gezien.

Geerken en Farouse kunnen daarom geen andere conclusie trekken dan dat het schip 'met man en muys moest zyn vergaan.' Met zo weinig bemanning en zoveel Afrikanen, zonder voldoende eten en drinken, zonder navigatie of kundige scheepslieden, en met een dronken kapitein zou het schip het nooit lang uit hebben kunnen houden. Een tragisch einde…

Met dank aan M. de Jong.

Tags

slavenhandelSlavernij18e eeuwAfrika
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen