Van wijnkoopman tot VOC-dienaar

Historische datum 29 juli 1741 | Notaris Jan Ardinois

Afgelopen zomer stuitte AAA-vrijwilliger Titia op een akte waarin sprake was van ene Matthias Bloemendal 'die met het schip Rooswijk in het begin van de jaere 1740 naar Oost-Indië uitvarende gebleven is'. Daarmee werd de twintigste opvarende geïdentificeerd van dit VOC-schip, dat de afgelopen jaren in de belangstelling staat. Wie was Matthias Bloemendal en wat bezielde hem om op zijn 45 e aan te monsteren?

Een gastbijdrage van genealogen Els Vermij en Willem-Jan van Grondelle

Matthias Bloemendal (ook wel Matthijs genoemd) werd geboren in Delden en groeide op in het naastgelegen Goor. Zijn vader, Jacobus Bloemendal, kwam uit Zwolle. Moeder Catharina Welevelt was afkomstig van het landgoed Singraven, bij Denekamp. Jacobus en Catharina trouwden in 1681 in Dalfsen, waar Catharina op dat moment woonde, en gingen wonen in Delden. Jacobus was daar schoolmeester, later werd hij ´procureur´ in Goor. Matthias werd in 1695 in Delden gedoopt. Hij was het zesde kind, de eerste zoon van dit echtpaar. Na hem werden nog twee zoons en twee dochters geboren.

Matthias verhuist rond zijn twintigste jaar naar Rotterdam. In 1715 is hij daar te vinden in de notarisarchieven als wijnkuiper of 'wijnverlater'. De taak van een wijnverlater behelsde 'het ontvangen, afleveren, verkuipen, opvullen, afsteken, versnijden en bereiden van alle soorten wijnen, brandewijnen en wijnazijn, alsmede het overschepen, lossen en aanvullen van uit zee gekomen vaten wijn, bestemd voor andere plaatsen'. In 1718 huurt hij een pakhuis aan de noordzijde van de Wijnhaven.


Op 5 september 1719 trouwt Matthias met de twintig jaar oudere Eva Kock uit Amsterdam, dochter van de Amsterdamse wijnkoper Frederik Kock. Twee maanden na hun huwelijk huren Matthias en Eva een benedenwoning met achterhuis aan de noordzijde van de Wijnstraat te Rotterdam. Zes jaar later overlijdt Eva. Twee jaar later hertrouwt Matthias met de dan 25-jarige Cornelia van Sprangh, dochter van de Amsterdamse meester metselaar Wouter van Sprangh. Met Cornelia krijgt hij in 1730 in Rotterdam een zoon, Wouter.

Vanaf 1720 is Matthias koopman in wijnen. Hij doet onder meer zaken met klanten in Engeland. In het archief van Rotterdam bevinden zich 35 aktes, opgesteld tussen 1720 en 1735, waarin wordt verhaald hoe twee wijnkuipers in opdracht van Matthias Bloemendal en onder het toeziend oog van een notaris vaten met wijn vullen, met hars verzegelen en vervolgens op transport stellen naar een koper in Torsham of Londen. Matthias zal ongetwijfeld ook in Nederland wijn hebben verhandeld, maar daarvoor was kennelijk geen notarisverklaring nodig.

In 1727 blijkt een van de Engelse klanten van Matthias, Robert Pym, in financiële problemen te zijn geraakt. In 1727 wordt hij failliet verklaard, en zijn crediteuren, onder wie Matthias, hebben het nakijken. In 1730 gaat nog een andere klant, Anthony Weekes, koopman in Bristol, failliet. Samen met andere crediteuren machtigt Matthias iemand om te proberen een deel van de rekeningen betaald te krijgen. In 1734 huurt Matthias nog een pakhuis aan de Nieuwehaven, mogelijk samen met zijn broer Zeno Floris, eveneens koopman en woonachtig op de Nieuwehaven. In 1735 gooit Matthias de handdoek in de ring, hij wordt insolvent verklaard. Daarna vinden we geen berichten meer over de wijnhandel. Kennelijk ziet Matthias geen kans om na het faillissement zijn zaak weer op te bouwen.


Als Matthias in 1739 aanmonstert voor een reis met het VOC-schip Rooswijk, is dat zijn eerste reis. Hij is dan al 45 jaar oud, tamelijk oud voor een eerste reis, maar in het licht van de gebeurtenissen niet onbegrijpelijk. Wellicht was dat de enige manier om weer geld te verdienen voor zijn gezin. In welke functie hij werd aangenomen, is uit de beschikbare documenten niet af te leiden. Een functie als matroos lag gezien zijn leeftijd niet voor de hand, en ook voor een middenkader-, laat staan een officiersfunctie had hij niet de juiste papieren. Gezien zijn achtergrond zou een functie als bottelier voor de hand liggen. Maar hoe dan ook, deze stap in zijn leven zou slecht uitpakken. Een dag na zijn vertrek vanaf de rede van Texel, op 8 januari 1740, overlijdt hij als de Rooswijk voor de Engelse kust in een vliegende storm vergaat.

Matthias' weduwe Cornelia van Sprangh laat in december 1741 haar testament opmaken. Zij woont dan in Amsterdam, vermoedelijk bij haar moeder op de Nieuwezijds Achterburgwal, die ook weduwe is. Cornelia zorgt voor haar, en ook voor een 'bejaarde en ongehuwde'dame, Catharina Riemer, die bij hen inwoont. Moeder Josina, 'ziek van lichaam', laat in juni 1741 een testament opmaken, waarin zij haar dochter Cornelia, weduwe van Matthias Bloemendal, als haar enige erfgename aanstelt. Ook Catharina Riemer laat in 1747 in haar testament al haar goederen na aan Cornelia, weduwe van Matthias Bloemendal, 'tot beantwoording van alle de diensten die zij testatrice van genoemde juffrouw heeft genooten'. Cornelia blijft dus niet helemaal onbemiddeld achter. Beide vrouwen overlijden kort na elkaar in 1747. Cornelia zelf overlijdt in 1759.

Matthias' zoon Wouter, ten slotte, trouwt in 1753 in Amsterdam, en na de dood van zijn vrouw in 1761, nog een tweede keer in 1764. In mei 1767 vertrekt hij als - inmiddels 37-jarige - soldaat in dienst van de VOC op het schip Walenburg voor de Kamer Rotterdam naar Indië. Net als zoveel VOC-opvarenden overleeft hij deze eerste reis niet. Hij overlijdt vier maanden nadat hij is vertrokken. Twee maanden na zijn dood wordt zijn dochtertje Catharina Petronella geboren.

Tags

18e eeuwVOCScheepvaartRooswijk
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen